‘Mensen denken dat de wolf van Roodkapje terug komt, oei, oei, oei…’

De wolf is terug in België en beet twee schapen dood. Waar boeren en angstige bewoners roepen om haar dood is Dirk Draulans een gelukkig mens. ‘Laat haar gerust!’ Een kijkje in de ziel van de Vlaming die als kind al streed voor het behoud van de natuur en met de terugkeer van de wolf zijn levensmissie indirect ziet slagen. ‘Het is dan tóch niet zinloos geweest, het bestaan.’

 Foto's: Dirk-Jan van Dijk

Foto's: Dirk-Jan van Dijk

Aan de rand van het poldergebied lijkt de natuur deze ochtend gevangen in een stilleven. De nachtelijke vorst heeft de beekjes die het natuurgebied van de akkers scheiden dichtgelegd, het water van de polders glimt mat in het door vrieskou onderdrukte leven. Slechts een plukje eenden en zwanen trotseert de ijzige kou, in stilte. Om hen heen leven de toppen van het riet soms even op, om dan weer het hoofd te buigen.

 

Dirk Draulans is een Belgisch bioloog, journalist en schrijver. Hij werd geboren in het Kempische dorp Dessel en studeerde aan de Katholieke Universiteit van Leuven. In 1983 promoveerde hij tot doctor in de wetenschappen. Ruim dertig jaar geleden werd hij wetenschapsjournalist bij tijdschrift Knack.

Op het pad naast Doelpolder Noord is de tred van Dirk Draulans (61) ferm. Zijn rechterarm heeft hij om de telescoop geslagen die op zijn schouders rust, om zijn nek bungelt een verrekijker. Zijn handen heeft hij in dikke wanten gestoken en de kraag van zijn jas reikt tot aan zijn lippen. ‘Dit is mijn lievelingsplek’, zegt de bioloog en journalist, en bestijgt dan met snelle passen het trapje van de polderdijk. Bovenaan laat hij het statief van zijn rug glijden en schuift het open voor een van de gaten van de vogelkijkwand. ‘Hier kan ik uren blijven staan, zeker in het broedseizoen als er van alles beweegt. Dan ligt er hier een hele kolonie vlak voor de wand.’

Deze dag belooft een rustige te worden; de winter is wakker geworden en heeft de natuur in een diepe slaap gesust. Op de achtergrond klinkt het geraas van scheepsmotoren in de haven van Antwerpen. Draulans tuurt door het oog van de telescoop. ‘Ah, vier knobbelzwanen, geen vier kleine zwanen’, mompelt hij.

Hij komt rechtop. Met het blote oog neemt hij het geheel in zich op. Hij duwt zijn hoofd lichtjes voorover, zijn ogen knijpt hij tot spleetjes. De wind aait zijn krullen. ‘Daar vliegt alles op’, wijst hij. ‘Het kan zijn dat er een roofvogel aan komt.’ Op routine duwt hij zijn verrekijker tegen zijn ogen. ‘Allemaal smienten.’ Hij is even stil en trekt met zijn mond. Dan: ‘Ah, ja! Daar hangt een roofvogel boven. Hij komt naar hier gevlogen. Eens kijken wat dat is… Ah, een bruine kiekendief! Vrij zeldzaam, hoor.’

 ‘Ik heb tientallen jaren geleefd in een context waarin natuur gewoon verdween. Constant, aan de lopende band.’

‘Ik heb tientallen jaren geleefd in een context waarin natuur gewoon verdween. Constant, aan de lopende band.’

Conflictgebied

Letterlijk onder de rook van het indrukwekkende imperium van de haven biedt het gebied een surrealistisch beeld. Wie bovenop de polderdijk staat, ziet aan de ene kant de beweging van vogels, zwanen en eenden in een decor van een natuur in rust, op de achtergrond kale bomen en enkele boerderijen in hun nog historische staat. Het karakteristieke gehucht Oude Doel had in de plannen van weer een uitbreiding van de haven aanvankelijk moeten verdwijnen voor gecompenseerde natuur, zoals ook op dit stuk nieuwe natuur boeren geconfronteerd werden met gedwongen landonteigening. In de hernieuwde plannen mag het dan toch blijven bestaan.

‘Ik kan mij niet conformeren aan wat moet’


En dan is er de andere kant, waar akkers zijn omgeploegd en aan de horizon elektriciteitspalen en havenkranen zijn gehuld in een heiige sluier. De zon laat zich met moeite zien door de pluimen die de kerncentrale van Doel de lucht in stuwt. De natuur, landbouw en industrie; gevangen in één beeld. ‘En ik zit daar als groene jongen middenin.’

Te midden van dit verscheurde gebied woont Draulans, waar langs de kant van de weg het drab van lekkende hooibalen de polders in sijpelt en de uitstoot van de industrie het bodemleven vervuilt. En daar maakt Draulans zich druk om, van binnen. Zich er voortdurend over opwinden doet hij niet langer meer. ‘Ik verbaas mij daar niet meer over.’

 Zoals een sterrenkundige het heelal in tuurt, beziet Draulans zijn universum. ‘Die schoonheid… Ik kan daar mateloos van genieten. Het feit alleen al dat het er nog ís, zulke natuur.’

Zoals een sterrenkundige het heelal in tuurt, beziet Draulans zijn universum. ‘Die schoonheid… Ik kan daar mateloos van genieten. Het feit alleen al dat het er nog ís, zulke natuur.’

Het is daarnaast vooral ook een plek waar nog veel natuur is; het meest interessante gebied voor vogels in Vlaanderen bovendien. De van oorsprong vogelbioloog focust zich op die zeldzame schoonheid, een telescoop voor zijn neus. Zoals een sterrenkundige het heelal in tuurt, beziet Draulans zijn universum. Met de natuur als de kosmos, de vogels als zijn lichtpuntjes. Dan schiet hij omhoog. ‘Oh kijk! Een nijlgans! Dat was straf; die viel gewoon die kiekendief aan.’ Een stilte. Dan: ‘Zie, zie, zie! Allez jong! Nog een keer! Godverdieke. Dan denk je dat er niets te zien gaat zijn en dan krijg je dit.’ De natuur heeft altijd verrassingen. ‘Dat is ook hetgeen dat het zo plezant maakt. Die schoonheid… Ik kan daar mateloos van genieten. Het feit alleen al dat het er nog ís, zulke natuur.’

De wolf

De reden van de ontmoeting met Draulans is de terugkeer van de wolf in België. We zijn hier echter niet om wolven te spotten. Die hebben het niet zo op gebieden als deze: te open, te weinig beschutting. Wolvin Naya houdt zich in de Limburgse bossen goed verborgen voor de mens. Maar dat staat een gesprek met Draulans óver de wolf geenszins in de weg. 

‘De wolf stond altijd symbool voor het kwade in de natuur’, zegt hij. ‘Het verhaal van Roodkapje en de grote boze wolf heeft nog lang nageleefd in de mens; de wolf was een menseneter en hij moest vernietigd worden. Net als alle toppredatoren: de haviken, de vossen, de marters en de wolf – honderden jaren zijn die zwaar geviseerd geweest. En nu komen ze terug… Dat betekent dat de mensheid zo is geëvolueerd dat er terug ruimte komt voor die toppredator.’

Draulans heeft zijn oog nog altijd op de polders gericht, de stukken die werden aangelegd als vervanging van natuur die werd vernietigd voor de uitbreiding van de haven. ‘Ik heb tientallen jaren geleefd in een context waarin natuur gewoon verdween. Constant, aan de lopende band. Zo is de grootschaligheid verdwenen; de natuur is meer en meer in conflict gekomen met andere terreinen.’

‘De terugkeer van de wolf staat symbool voor de hervonden tolerantie van de mens’


Veelal zijn dat de domeinen van de mens. De gevolgen zijn funest, meent Draulans. ‘Ofwel wordt die natuur landbouwgrond of je krijgt van die rechtelijnendennebomenplantages. Daarnaast is acht procent van de open ruimte in Vlaanderen tuin. Nou, ja, tuin… Een groen betonneke met wat exotische planten erop. Dat heeft geen enkele waarde meer voor de natuur.’

In de laatste tien jaar veranderde de tendens, merkte Draulans. ‘Inmiddels is natuur- en milieubescherming een breed gedragen concept. Steeds meer mensen maken zich daar zorgen over. Toen ik als jongen bij de Wielewaaljongeren (jongerenvereniging voor natuurstudie en –behoud, red.) zat, waren wij een raar clubje van naïeve idealisten. Zo werden wij opzij gezet. De groene jongens, de geitenwollensokkendragers, de linkse rakkers en wa wast allemaal. Nu wordt er natuur bij gemaakt ter compensatie van wat er verdwijnt.’

‘Voor mij staat de terugkeer van de wolf symbool voor die verandering: hij staat voor de hervonden tolerantie van de mens ten opzichte van echte natuur; er komt weer ruimte voor die dieren. Dáárom vind ik dit soort projecten als Doelpolder Noord zo belangrijk. Ja, natuurlijk: ons ecosysteem is veranderd, maar de wolven, en ook de lynxen, passen zich blijkbaar aan. Dan denk ik: Yes! Het is dan tóch niet zinloos geweest, het bestaan. Dat geeft zó’n voldoening.’

 Het conflictgebied: natuur, landbouw en industrie. 

Het conflictgebied: natuur, landbouw en industrie. 

Niet liggen chipoteren

Het liefst ziet Draulans de natuur zo origineel mogelijk; dat wat er vanuit de oorsprong zelf wordt gecreëerd. Maar het havengebied legt de pijnpunten van de huidige wereld op enkele hectaren grond pijnlijk bloot: in de maatschappij waarin we vandaag leven gaat dat niet meer. En zo wordt het kiezen tussen twee kwaden: originele akkers met een door de landbouw verruïneerd bodemleven of aangelegde natuur die zijn oorsprong mist. ‘Maar waarom moet de natuur dan ineens zélf iets zijn, zoals het er tweehonderd jaar geleden lag?’, vraagt Draulans zich af. ‘Terwijl de landbouw er ondertussen wel op mag met tractoren en pesticiden, die er tweehonderd jaar geleden óók niet waren? Waarom zou de natuur niet mogen evolueren en de landbouw wel? Nee: “Natuur moet historisch zijn”, terwijl dat voor deze vogels en planten geen rol speelt. Die kunnen nergens anders meer naartoe; die zijn content dat ze zo’n plek als deze vinden. Er zijn al zó veel dieren uitgestorven.’

‘Mijn vader was kernenergie-ingenieur. Als tiener had ik regelmatig clashen met hem over zijn job’


Onderweg naar Doelpolder Noord had Draulans nog gewezen op de plassen van de Putten Weiden, het enige stukje originele natuur dat er nog is in natuurgebied De Putten. In de nieuwe uitbreidingsplannen van de haven moet ook dat verdwijnen. ‘In zijn totaliteit wordt er 86 hectare natuur geschrapt. Ook de Putten Weiden wordt dan opgeofferd. Dat is het enige brakwaterkweldergebied dat er nog is. Die biotoop kun je niet namaken. Daar zitten van die heel zeldzame dierkes en kwelderplanten in. Kwelderkaarderspinnen, bijvoorbeeld. Dat zijn spinnekes die alleen in zo’n landschap leven. Die zijde dan dus kwijt, hè. Dat wordt wel gecompenseerd met nieuwe natuur, en goed gecompenseerd. Dat is nu onderdeel van de Europese regelgeving, anders was er wéér een stuk natuur gewoon verdwenen. Maar ik vind dat je niet op die manier moet gaan liggen chipoteren (knoeien, red.) in je land ten koste van een dorp of originele stukken natuur. Economische uitbreiding kan ongetwijfeld ook op andere manieren. Kijk naar de sector als de containervaart, die is aan het sputteren. Binnen tien jaar moet het weer anders en is de opoffering van de natuur misschien overbodig geweest. Ik vind dat wij als mens het recht niet hebben om zoveel natuur te ontnemen.’

DirkDraulans5DJvD.jpg

Kernenergie-ingenieur

We verkassen naar Draulans’ eigen biotoop. In de woonkamer leunt zijn fiets op het standaard, pal naast de deur; klaar om ieder moment de natuur in te rijden als hij, anders dan vandaag, alleen op pad gaat. ‘Ik houd er niet van om met de wagen naar de vogels te gaan kijken.’

Het enige stukje natuur dat in huis te vinden is, bevindt zich achter glas: het is een opgezette reiger. ‘Ik hou te veel van dieren om zelf een huisdier te hebben. Ik ben te weinig thuis. Dan moet je niet de hypocriet gaan uithangen.’

Voor het raam staat een witte stoel. Het zitvlak is wat rafelig. Op een kistje ligt een boekje over vogelsoorten opengeklapt, zijn verrekijker heeft hij ernaast gelegd. Ook hier heeft Draulans dat fameuze uitzicht: de uitgestrekte polders die eens landbouwgrond waren. ‘Ik kom traag op gang ’s morgens. Dan ga ik in die zetel zitten met mijn taske thee. Als in het voorjaar die eerste vogels terug zijn, ben ik die dag onwaarschijnlijk gelukkig. De natuur is de rustbrengende factor in mijn bestaan. Het geeft een geweldige voldoening dat het er nog is.’

‘Natuur en dieren gaan nooit veilig zijn als de mens in de buurt is’

DirkDraulans12DJvD.jpg

Draulans heeft het vaker gezegd en zal dat blijven doen: ‘dat het er nog is’. Het behoud van de natuur was al de leidraad in zijn leven toen hij als jonge gast in zijn geboortedorp Dessel de Kempische natuur introk. Op school en thuis was hij een buitenbeentje: een groene jongen die volgens zijn omgeving zijn tijd verdeed met het bestuderen van de natuur en dan vooral vogels. ‘Vooral mijn vader verzette zich daar tegen: “Ga iets nuttigs doen”, zei hij dan. Hij was kernenergie-ingenieur. Als tiener had ik regelmatig clashen met mijn vader over zijn job. Over kernafval en kernbommen en de nefaste effecten van kernenergie. Mijn vader is drie jaar geleden gestorven. Bij het bekijken van wat hij achterliet, vond ik een documentje. Op 28-jarige leeftijd had hij geschreven hoe hij zijn visie op kernenergie had ontwikkeld en dat de energieproblemen opgelost zouden worden met kernenergie. Hij werkte in de pionierstijd voor Belgonucleaire, een studiecentrum voor kernenergie in Mol. Als ik daar als zijn zoon tegenin ging, vond hij dat verschrikkelijk. Ik had nooit een engagement in mijn vader gezien, maar dat was er blijkbaar toch. Een ideologie. Achteraf vind ik het jammer dat ik dat documentje niet eerder heb gelezen. Dan had ik misschien anders op hem gereageerd.’

‘Ik ben een paar keer van huis weg gelopen. Niet fanatiek, hè, nooit voor lang, maar mijn vader was streng en verbood mij om met mijn vriendennatuurliefhebbers naar buiten te gaan. Op een gegeven moment trok ik me dat niet meer aan en bolde ik het gewoon af. Ik kan mij niet conformeren aan wat moet. Oké, een vorm van organisatie is best nodig. Belasting betalen; ik vind dat ook niet plezant, maar dan houd ik mezelf voor dat er iets nuttigs mee wordt gedaan. Dat het gebruikt wordt om Doelpolder Noord in te richten, bijvoorbeeld. En niet om het salaris van onze minister (van Omgeving, Natuur en Landbouw, red.) Schauvliege mee te betalen.’

‘Ik zou het als een persoonlijk falen ervaren als een van de mensapen uitsterft’


Als de dood

De ideologie die Draulans tot op de dag van vandaag drijft, ontstond niet door opgelegde waarden of de maatstaven waarmee hij opgroeide. Hij werd er mee geboren en leefde sindsdien volgens zijn eigen wetten. ‘Onze Wielewaaljongerenafdeling was je reinste anarchie. Daar werden geen vergaderingen belegd, alles gebeurde organisch, we trokken ons van niks iets aan. Wij hadden dat ook niet nodig; de erkenning van de ouders of de erkenning van het systeem. We waren blij met de groep, een man of 25 die gezamenlijk bezig was voor de goede zaak. Als jonge snaak heb ik illegale weekendverblijven afgebroken en netten voor illegale vogelvangst vernietigd. We vonden dode buizerds die vergiftigd waren door jachtwachters. Ik heb heel mijn leven lang een verbeten strijd uitgevochten, nog altijd, maar allez… ik bedoel: ik ben mijn naïviteit al heel lang geleden kwijt gespeeld. Natuur en dieren gaan nooit veilig zijn als de mens in de buurt is. Dat is een trieste conclusie, maar daar heb ik mee leren omgaan.’

Natuurlijk: hij maakt zich zorgen. In Congo deed hij jarenlang verslag als oorlogsjournalist en leerde daar zijn toenmalige vriendin kennen, eveneens bioloog. Zij zette zich in voor de apen in Congo.  Ook Draulans ging lobbyen. ‘Ik ben een van de weinige mensen in de wereld die de vijf grote mensapensoorten heeft gezien. De orang-oetang, bonobo, chimpansee, laagland- en berggorilla. Ik ben als de dood, maar echt, als de dóód, dat er in mijn leven een van die beesten gaat uitsterven. Oh! Dat zou ik als een persoonlijk falen ervaren. Daarom ook dat het mij zó’n goed doet dat je hier dieren ziet terugkomen, in plaats van verdwijnen. Die wolf, dat vind ik hartverwarmend. Zijn terugkeer zie ik niet als compensatie voor wat verdwijnt, maar als een omgekeerde trend: we zijn ook góéd bezig met de natuur.’

Wolvenfamilie

 ‘De natuur is de rustbrengende factor in mijn bestaan.’

‘De natuur is de rustbrengende factor in mijn bestaan.’

Hij droomt ervan er ooit één in het echt te zien. ‘Ik heb eens voor een wolvenhol gestaan in West-Canada, maar er was niemand thuis. Ik ga nu ook niet zoeken naar Naya. Dan volgen er misschien meer mensen en ik vind dat we haar gerust moeten laten. Niemand heeft haar tot dusver ook gezien, hè. Als ze geen zender had, waren er twee dode schapen geweest zonder dat iemand wist hoe dat heeft kunnen gebeuren.’

In de gebieden waar de wolven nu leven, zoals in Duitsland, worden sommige kleintjes verdoofd om een zender te plaatsen. ‘Zo kan er in kaart worden gebracht hoe ze zich bewegen. En het is duidelijk dat de wolven- en lynxenpopulatie zich aan het uitbreiden is. Vanuit Roemenië, Noord-Duitsland, maar ook vanuit Italië. In Frankrijk zitten ze ook al.’

‘Boeren zouden blij moeten zijn dat de wolf er is’


Voor het eerst nestelt een wolf die een zender draagt zich in België. ‘Het is niet te verwonderen dat dat in Limburg is. Daar heeft de natuur nog die grootschaligheid. Waar de mannekes blijven zoeken totdat ze een vrouwke hebben gevonden, blijven de vrouwkes zitten als ze een goede plaats hebben gevonden. Naya is een vrouwkeswolf; die riskeert daar nu jaren te blijven, totdat er eens een manneke passeert en er een wolvenfamilie zal zijn. Dus laat ons hopen dat er zo snel mogelijk een manneke in de buurt komt.’

Landschap van de angst

In Limburg denken ze daar anders over. Boeren vormen de grootste vijand van Naya en voor bezorgde bewoners werden er zelfs voorlichtingsavonden georganiseerd. ‘Dan hoor je: “Oh, ik ben toch zo bang voor mijn kleinkinderen.” Nou, geloof me: er ligt in de mens een veel groter gevaar voor de wolf dan andersom. En wat betreft de boeren: ze zouden blij moeten zijn dat hij er is. De wolf gaat everzwijnen eten, en die vormen in Limburg een veel groter probleem dan de wolf ooit voor de boeren zal zijn. De wolf is een toppredator, hij staat aan de top van het ecosysteem. Daardoor is hij geweldig belangrijk. In Yellow Stone, bijvoorbeeld: daar was de wolf verdwenen en de hertenpopulatie, de dieren waarvan wolven leven, werd gigantisch groot; die beesten aten alle bomen op waardoor de bevers er niet genoeg hadden om dammen te maken, enzovoorts. Het ecosysteem veranderde compleet. Dan is de wolf terug geïntroduceerd. Waar de herten voorheen constant graasden en meer jongen kregen, waren ze nu een groot deel van de tijd aan het rondkijken of er geen wolven in de buurt waren. Dat noemen ze het landschap van de angst. Het ecosysteem is teruggekeerd in zijn oorspronkelijke staat.’

Draulans vreest dat moment. Dat hij de ochtendkrant openslaat en leest: wolf Naya is dood


Dat kan ook in Limburg gebeuren, zegt Draulans, zij het op kleinere schaal. ‘De everzwijnenpopulatie is daar volledig out of control. Die gaat hetzelfde effect krijgen met de terugkeer van de wolf - al zal het nooit meer worden zoals het oorspronkelijk was; daarvoor zullen er niet genoeg wolven komen, vrees ik. Ik verwacht dat een tiental het maximum zal zijn voor Vlaanderen. Dat is één familie, misschien twee. En er gaan accidenten gebeuren, dat is evident. Er zullen wolven doodgereden worden in het verkeer – de wolf gebruikt de autostrada om ’s nachts te trekken –, er gaan er afgeschoten of vergiftigd worden. Maar de populatie is van dien aard, dat zich dat aanvult. De wolf zal blijven komen. Niemand hield daar nog rekening mee. Dus de boeren, vooral de schapenboeren, gaan nieuwe maatregelen moeten nemen. Projecten als het werken met kuddebewakingshonden tonen aan dat het kan: dat zowel de kudde als de wolf kan leven. In de regio’s waar wolven leven, is er zo een modus vivendi gegroeid. Die mensen weten: die dieren zie je bijna nooit en misschien verdwijnt er af en toe eens een schaap. Maar er worden geen kinderen opgegeten, geen mensen aangevallen. Hier denken ze dat de wolf van Roodkapje terug komt, oei, oei, oei.’

Draulans vreest dat moment. Dat hij de ochtendkrant openslaat en leest: Naya is dood. ‘Natúúrlijk! Naya gaat constant geviseerd worden. Dat is evident. Of dat pijn doet? Och, ik maak mij allang geen illusies meer. Ik ben 61 en ik blijf dat erg vinden, die vijandigheid tegen de wolf en de natuur. Ik heb heel mijn leven niks anders gedaan dan daar tegen te vechten.’

DirkDraulans8DJvD.jpg
Op deze pagina regelmatig het verhaal van de 'gewone man' (en/of vrouw). Omdat ieder zijn wereld heeft.