Ben leeft, dankzij zijn tumor

Ben Cornelis verloor zijn linkerbeen als gevolg van kraakbeenkanker. Juist die beperking gaf hem vrijheid. 'Ik heb niet de behoefte weer twee benen te hebben. Ik ben de tumor juist dankbaar.'

Strak klemmen zijn vingers om de handvatten van de krukken waarop zijn slanke, sterke handen steunen. Met het hoofd gebogen laat hij zijn ogen over het mulle zand gaan, van de ene dennenappel naar de andere. Steeds zoekend naar een plek daartussenin, naar houvast.

Sinds 2003 heeft Ben Cornelis alleen nog zijn rechterbeen. De prothese ter compensatie van zijn linkerbeen zette hij in een hoek. 'Daarmee lopen voelde onnatuurlijk', zegt hij. 'Nee, ik zou niet terug willen. Ik heb veel te danken aan de kanker. Als ik die tumor niet had gehad, zou ik hier niet wandelen.'

"Ik dacht: dit was het dan. Nu ga ik dood"

In de bossen rondom Rofra in Westerhoven wandelt Ben elke dag met zijn hond Diezel. Een ronde van drie kilometer in zo’n driekwartier. Als de vakantie nadert, bouwt hij het op tot vijf om fit met zijn vrouw Gemma de Oostenrijkse bergen in te kunnen trekken. Wandelen is een hobby van beiden. Vooral sinds Ben één been heeft. Daarvoor wandelde hij nauwelijks. Of nooit. 'Het was altijd druk in mijn hoofd, bezig met wat ik nog allemaal moest doen. De rust om buiten de vakanties de tijd te nemen voor een wandeling was er niet.'

Zijn lijf zei: stop. Kraakbeenkanker was de diagnose. 'De kans dat ik het zou overleven, was klein. Mijn leven flitste aan me voorbij. Ik reed naar huis en dacht: dit was het dan. Nu ga ik dood.' Toen hij het nieuws aan zijn omgeving moest vertellen, veranderde die houding. 'Ik had een kans, hoe klein ook.' Die kans hield hij anderen voor. En zichzelf. 'Vanaf dat moment ben ik er open en strijdbaar in gegaan.'

Wandelen is een hobby van beiden. Vooral sinds Ben één been heeft.

De eerste stap was een beenbesparende operatie in december 2000. Ruim twee jaar later bleek de tumor gegroeid te zijn. Een amputatie was de enige oplossing. 'Dat was slikken, maar ik had in 2000 al de keuze gemaakt dat het leven belangrijker was dan de dood. Dan maar met één been. Daarmee zou ik me wel redden.' Op het moment van ontwaken, confronteerde de realiteit Ben met zijn nieuwe leven. 'Onwerkelijk, je ik kon het niet geloven. Maar ik wilde vooruit, leren lopen met dat ene been. Tijdens het revalideren werd een prothese geadviseerd, maar pas daarmee voelde ik dat ik een beperking had. Met de krukken voel ik me één, zij zijn een onderdeel geworden van mij. Mijn armen dragen nu mijn lijf zoals mijn heupen dat ooit deden. Ik merk enkel nog aan anderen dat er iets met me is.'

Het leren lopen leek de moeilijkste opgave, maar het was slechts een begin van zijn nieuwe leven. Dat moest drastisch veranderen. Alleen dan kon de kanker overwonnen worden. 'Vroeger leerde ik op school dat vaste stoffen bestonden uit kleine, fijne deeltjes. Later kwamen ze erachter dat alles bestaat uit energie; in alles is een uitwisseling van energie gaande. Ook lichaam en geest zijn één. Dat is geen wijsheid die enkel toebehoort aan het verre oosten, maar eentje die ook is doorgedrongen tot ons in het nuchtere westen. Op het moment dat je niet handelt naar jouw natuur, naar dat wat je geest van binnen weet, wordt jouw energiebalans verstoord. Jouw handelen vreet op zo’n moment energie en dat werkt zich lichamelijk uit. Een ziekte is een signalering van je geest. Er gaat iets niet goed.'

In alle rust doet Ben zijn relaas, de woorden rustig uitsprekend terwijl zijn bovenlijf hem voortbeweegt op het ritme van zijn tikkende krukken. 'Ik wil niet beweren dat kanker per definitie een ziekte is waarbij er geestelijk iets niet goed zit. Ik kijk naar mijn ervaring, naar mijn wijsheden die ik eruit gehaald heb. Als ik niet had geluisterd naar mijn tumor, was ik nu dood. Honderd procent zeker.'

"Een ziekte is een signalering van je geest. Er gaat iets niet goed"

Wat er precies niet goed zat, kan hij niet in één zin vangen. Hij zoekt naar de woorden die het dichtst in de buurt komen van zijn gevoel, zijn blik nog altijd strak op de grond is gericht. Hij haalt een voorbeeld aan. 'Ik was altijd bezig met het goed te doen voor anderen, hen plezieren. Nu weet ik dat je alleen voor een ander kunt zorgen als je eerst voor jezelf zorgt.'

Hij had er de kanker voor nodig om dat in te zien. 'Voor mijn gevoel is mijn ziekte een herkansing geweest om te gaan leven. In feite was ik dood, van binnen. Ik leefde niet naar mijn natuur. Ik heb de kans gekregen mezelf te worden, te luisteren naar wat ik belangrijk vind. Niet dat je anderen jouw mening moet opdringen, maar je hoeft niet klakkeloos goedkeurend te knikken. Daarmee neem je jezelf niet serieus.' Individualiteit, het is iets anders dan egoïsme. 'Voor anderen bezig zijn, klinkt heel sociaal, maar als dat niet onvoorwaardelijk is, - je wilt er goedkeuring of bevestiging voor terug – dan is dat niet zo sociaal. Je geeft niet vanuit vrijheid, maar om iets terug te krijgen. Naar die vrijheid was ik op zoek. In mijn hoofd, in mezelf. Je bent op je best als je jezelf bent. Ik kan nu zeggen: ik ben mezelf.'

"Voor mijn gevoel is mijn ziekte een herkansing geweest om te gaan leven. In feite was ik dood, van binnen"

In de weg daarnaartoe bood Reiki hem houvast; een manier om energie op te nemen en door te geven. Hij begon ermee vlak voor de ziekte toesloeg. Al langer was er namelijk die drang rust te creëren in zijn hoofd. Daarmee had Ben precies op tijd de handvatten om zijn leven om te gooien. 'Mijn gedrag stamde uit mijn jeugd, mijn thuissituatie. Ik voelde me minderwaardig en de compensatie ervan is dat wat ik net benoemde. Ik startte met een Reiki-opleiding en ging met de thuissituatie aan de slag. Hoe kon ik die loslaten, er anders naar kijken? Niet meer als slachtoffer, maar als iemand die de keuze maakt de verantwoordelijkheid te nemen voor zijn gevoel en gedrag.'

Langzaamaan kwam de verandering. Er kwam meer rust, meer tijd. 'Ik weet nu hoe ik kan genieten. Het klinkt raar, maar ik had geen idee. Mijn leven was vluchtig. Nu ga ik vaak tussen mijn werk als zelfstandig projectmanager door een cappuccino drinken op het terras. Het mooie vind ik dan dat er bekenden voorbijkomen die roepen: Jij neemt het er wel van, hè? Ja dat klopt, heel bewust. Mijn antwoord is dan ook vaak: Dat kun jij ook doen.'

"Je bent op je best als je jezelf bent. Ik kan nu zeggen: ik ben mezelf"

Ben lacht. Zijn bewegingsvrijheid nam af, maar er kwam een geestelijke wijsheid voor terug die hem meer vrijheid geeft dan zijn been ooit deed. 'Mensen zien mij als een man met een beperking, maar mijn beperking is juist weg. Ik kan meer dan toen ik nog twee benen had. Ik weet nu: je kunt alles bereiken wat je wilt. Als het maar dicht bij je staat. Ik moet niet proberen te fietsen, of een ladder beklimmen, maar dat wil ik ook niet. Het is de kunst uit de strijd te blijven die je toch niet kunt winnen. Te zien wat je allemaal nog wel kunt.' Hij ontdekte een deel van het leven dat hij nooit had gezien. Een deel dat in kleine dingen zit. Leren duiken bijvoorbeeld. En ja, wandelen. 'Het geeft zo’n kick om iets nieuws op te pakken en te ervaren.'

Dankbaar zijn om een tumor die hem zijn been kostte; het is weinigen gegeven. 'Dingen gebeuren niet voor niets. Het lijkt wel alsof heel veel dingen – hoe dramatisch ze aanvankelijk ook lijken – iets goeds brengen. Kanker krijgen is heftig, de dood in de ogen kijken evenzo, maar als mijn leven niet zo drastisch door elkaar was geschud, had ik het ook niet zo drastisch omgegooid. Dat was wél wat mijn leven nodig had. Weet ik nu. Nu ik gelukkig ben.'

Op deze pagina regelmatig het verhaal van de 'gewone man' (en/of vrouw). Omdat ieder zijn wereld heeft.